Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 46 Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2516.

5.3. De omvang van een aan de beoordeling van de civiele rechter onderworpen geschil wordt bepaald door partijen. De rechter dient het geschil derhalve te beoordelen binnen de door partijen getrokken grenzen. Daarbij kan in het midden blijven of in het burgerlijk procesrecht een rechtsregel als is geformuleerd in het nog niet in werking getreden art. 1.3.3 Rv thans reeds ongeschreven recht is en of de daarin vervatte regel dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van het door hen begrensde geschil van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren, een absolute verplichting voor partijen inhoudt binnen die grenzen de materiële waarheid boven tafel te brengen. Een geding behoort in ieder geval zoveel mogelijk op basis van de werkelijkheid te worden beslist. Dit brengt mee, zoals ook voortvloeit uit de geldende eisen van een goede procesorde in burgerlijke zaken, dat de rechter niet mag worden misleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afdffb84933e259d1bd9befc7ea8a4450312bf223d0d32eaa120736411062b34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afdffb84933e259d1bd9befc7ea8a4450312bf223d0d32eaa120736411062b34, en de alinea staat in dat document op bytes 14999 tot 15950.