Citaat | Hoge Raad 25 september 2001

Alinea 45 Hoge Raad 25 september 2001

Een alinea uit Hoge Raad 25 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2737.

3.3.2. Bij de beoordeling van deze klacht moet worden vooropgesteld dat van degene die prijs stelt op berechting in zijn aanwezigheid redelijkerwijs mag worden verwacht dat hij de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen neemt om te voorkomen dat een oproeping hem niet bereikt of de inhoud daarvan niet te zijner kennis komt. In hoger beroep geldt dat zowel indien de verdachte zelf in hoger beroep is gekomen (vgl. HR 15 september 1997, NJ 1998, 115), als wanneer, zoals in dit geval, het eerder in de zaak gewezen arrest van het Hof door de Hoge Raad is vernietigd met verwijzing van de zaak naar een ander Hof. Tot een zodanige maatregel kan worden gerekend dat de verdachte zich voor zijn raadsman - die uit eigen hoofde afschriften van oproepingen ontvangt - bereikbaar houdt, opdat de verdachte in voorkomende gevallen (ook) langs die weg van het tijdstip van de behandeling op de hoogte geraakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71f1306a070c12bfe244434e9453d34da4ce20ad1f000a81a959384531e3f362. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71f1306a070c12bfe244434e9453d34da4ce20ad1f000a81a959384531e3f362, en de alinea staat in dat document op bytes 13775 tot 14709.