Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2001

Alinea 38 Hoge Raad 9 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2913.

5.4. Bij de beoordeling van de klacht dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte met het vereiste opzet feitelijke leiding heeft gegeven aan het onttrekken van de goederen aan de boedel, moet het volgende worden vooropgesteld. Van feitelijk leiding geven aan verboden gedragingen kan onder omstandigheden sprake zijn indien de desbetreffede functionaris - hoewel daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden - maatregelen ter voorkoming van deze gedragingen achterwege laat en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedragingen zich zullen voordoen. In deze situatie wordt de zojuist bedoelde functionaris geacht opzettelijk de verboden gedragingen te bevorderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ba3a3699eec6b6c0b3e8317a4752dfe7769279831422181c899a2b5e1ae754a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ba3a3699eec6b6c0b3e8317a4752dfe7769279831422181c899a2b5e1ae754a, en de alinea staat in dat document op bytes 10662 tot 11369.