Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2001

Alinea 46 Hoge Raad 9 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2913.

5.6. Uit het voorgaande volgt dat de verdachte, als degene die feitelijke leiding gaf aan de vennootschap, bewust niet heeft voldaan aan op hem rustende verplichtingen jegens de curator. Dat in aanmerking genomen kan voor wat betreft de onttrekking van de goederen aan de boedel uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid dat de verdachte - zo hij al niet zelf direct betrokken was bij die onttrekking - in ieder geval, ofschoon daartoe bevoegd en redelijkerwijze gehouden, maatregelen ter voorkoming van die onttrekking achterwege heeft gelaten en bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat die onttrekking zich zou voordoen. Het bewezenverklaarde kan derhalve uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid, waarbij buiten beschouwing kan blijven hetgeen het Hof dienaangaande voorts heeft overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ba3a3699eec6b6c0b3e8317a4752dfe7769279831422181c899a2b5e1ae754a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ba3a3699eec6b6c0b3e8317a4752dfe7769279831422181c899a2b5e1ae754a, en de alinea staat in dat document op bytes 13176 tot 14002.