Citaat | Hoge Raad 27 juni 2001

Alinea 30 Hoge Raad 27 juni 2001

Een alinea uit Hoge Raad 27 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD3012.

4.3. In een geval als dit, waar de vraag moet worden beantwoord of het in de rede ligt dat de onteigende vervangend bedrijfsterrein aankoopt of aanlegt met het oog op bestaande plannen voor het uitoefenen van een nieuwe bedrijfsactiviteit, moet in aanmerking worden genomen wat de onteigende als redelijk handelende ondernemer, indien hij, na onteigening van de betrokken grond, de beschikking heeft of krijgt over de middelen die de uitoefening van de nieuwe activiteit mogelijk maken, met betrekking tot de uitoefening daarvan op grond van zakelijke overwegingen zal besluiten. Hoewel daarin ook andere omstandigheden een rol kunnen spelen, kan in deze zakelijke overwegingen de verhouding tussen het bedrag van de voor de aankoop of aanleg van vervangend bedrijfsterrein te verrichten investering en de winst welke daarbij kan worden verwacht niet buiten aanmerking blijven (HR 6 mei 1960, NJ 1960, 426). Tegen deze achtergrond behoefde het bestreden oordeel van de Rechtbank in het licht van de argumenten die NSR - vooral in verband met de omvang van de onrendabele top die uit de keuze van de deskundigen voortvloeit - tegen het deskundigenrapport heeft aangevoerd, nadere motivering. In het bijzonder blijkt niet of de deskundigen en de Rechtbank de hiervoor bedoelde verhouding tussen kosten en rentabiliteit van de door hen gekozen oplossing onder ogen hebben gezien en hebben vergeleken met en afgewogen tegen die verhouding bij andere oplossingen, zoals het afzien van de exploitatie van een asfaltcentrale of exploitatie op andere wijze, wellicht op beperktere schaal, zoals door NSR naar voren gebracht. Waarom de deskundigen niet gehouden waren nader te onderzoeken of andere opties dan demping van een gedeelte van de waterput meer in de rede lagen, zoals de Rechtbank overweegt, is zonder nadere toelichting, die het vonnis niet bevat, niet begrijpelijk. Zoals is uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.22, zijn slechts twee van de in de toelichting van de deskundigen vermelde zeven omstandigheden waarnaar de Rechtbank in dit verband verwijst (zie de conclusie onder 4.17), relevant. Die twee omstandigheden zijn op zichzelf niet voldoende om het oordeel van de Rechtbank te rechtvaardigen, terwijl de niet gespecificeerde verwijzing naar "alle andere relevante feiten en omstandigheden van het geval" geen inzicht geeft in de gedachtegang van de Rechtbank op dit punt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c94c48843a079520a1147d4362eff92322c1a2624646aaa87ee35d566b84ec6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c94c48843a079520a1147d4362eff92322c1a2624646aaa87ee35d566b84ec6, en de alinea staat in dat document op bytes 11028 tot 13450.