Citaat | Hoge Raad 8 maart 2002
Alinea 20 Hoge Raad 8 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AB2852.
3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat, nu eerst tijdens het boekenonderzoek dat is uitgevoerd in de periode 1995 tot 1997 duidelijk is geworden van welke kosten sprake was, zich een nieuw feit voordoet dat navorderen mogelijk maakt. Middel III, dat zich tegen dat oordeel keert met het betoog dat de Inspecteur bij het vaststellen van de primitieve aanslag bekend kon zijn met het feit dat belanghebbende een gedeeld gebruik maakte van een zeer kostbaar transportmiddel en daarin reden had moeten vinden nader onderzoek in te stellen, faalt, aangezien het Hof, door zijn oordeel te baseren op de in onderdeel 5.1.3 van zijn uitspraak vermelde feiten en omstandigheden, geen blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting aangaande de beperking die in artikel 16, lid 1, tweede volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (tekst tot 4 mei 1994) is gesteld aan de mogelijkheid van navorderen, en dat oordeel als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid kan worden getoetst. Het is ook niet onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ac017d08ec78082030e88c977779acb62f4139fb961c0383ecf1adc02d80edb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ac017d08ec78082030e88c977779acb62f4139fb961c0383ecf1adc02d80edb, en de alinea staat in dat document op bytes 8774 tot 9867.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ac017d08ec78082030e88c977779acb62f4139fb961c0383ecf1adc02d80edb | shasum -a 256