Citaat | Hoge Raad 8 februari 2002
Alinea 31 Hoge Raad 8 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AB2856.
3.10. De wetgever heeft met de invoering van artikel 15b van de Wet een speciaal regime voor concernfinancieringsmaatschappijen ingevoerd, waarin de door een in de Wet nader omschreven financieringsmaatschappij ontvangen rentebaten in eerste instantie feitelijk belast worden naar een tarief van 7%. Hierbij ontstaat weliswaar in beginsel een belasting-claim op de daarbij gevormde risicoreserve, maar de wetgever heeft in artikel 15b, lid 5, de mogelijkheid gecreëerd 50%, en onder omstandigheden 100%, van het bedrag van een directe of indirecte kapitaalstorting of van de verwerving van aandelen in een lichaam, ten laste van de reserve te brengen zonder dat dit tot een toevoeging aan de winst leidt. De belastingclaim over de risicoreserve leidt bij een dergelijke afboeking niet tot een heffing van vennootschapsbelasting. Deze mogelijkheid is niet zodanig bezwarend of moeilijk te realiseren dat voor de vraag wat naar Nederlandse maatstaven als een redelijke belastingheffing kan worden aangemerkt met het niet gerealiseerd worden van die mogelijkheid geen rekening dient te worden gehouden. Aldus heeft de wetgever aanvaard dat een financieringsmaatschappij onder omstandigheden feitelijk belast wordt naar een tarief van 7%. Op grond hiervan moet worden aangenomen dat voor financieringsmaatschappijen een tarief van 7% nog als een redelijke heffing geldt. Dit heeft niet alleen te gelden voor financieringsmaatschappijen die voldoen aan de vereisten van artikel 15b van de Wet, maar ook voor financieringsmaatschappijen waarvan de werkzaamheden niet wezenlijk verschillen van een onder artikel 15b vallende maatschappij. De stukken van het geding laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat dit zich ten aanzien van F Limited voordoet. Voor de jaren 1997 en volgende is derhalve de heffing waaraan F Limited ter zake van de door haar ontvangen rente is onderworpen, een naar Nederlandse maatstaven voor financierings-maatschappijen redelijke heffing. Gezien het hierboven in punt 3.9 gestelde zal hetzelfde moeten gelden voor het onderhavige jaar. Het tweede middel faalt mitsdien eveneens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd12f0dccf6b8be0c2b17d8b910c7fcfae46cab46f96acd0a58969ff311aa719. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd12f0dccf6b8be0c2b17d8b910c7fcfae46cab46f96acd0a58969ff311aa719, en de alinea staat in dat document op bytes 11713 tot 13829.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd12f0dccf6b8be0c2b17d8b910c7fcfae46cab46f96acd0a58969ff311aa719 | shasum -a 256