Citaat | Hoge Raad 5 februari 2002
Alinea 51 Hoge Raad 5 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AB2873.
5.3. De bewezenverklaring is innerlijk tegenstrijdig. Nog afgezien van het feit dat daarin tot twee maal toe de in de tenlastelegging voorkomende term "tezamen en in vereniging met een ander of anderen" is doorgehaald, terwijl in de bewezenverklaring verderop sprake is van "en/of zijn mededader(s)", valt niet zonder meer in te zien hoe de verdachte door het enkele voorhanden hebben van "mengstoffen" anderen gelegenheid en middelen heeft verschaft tot het plegen van een feit als bedoeld in het derde lid van artikel 10 van de Opiumwet, welke laatste, aan art. 10a, eerste lid aanhef en onder 2° Opiumwet ontleende, in de tenlastelegging voorkomende, zinsnede het Hof kennelijk mede in feitelijke zin heeft opgevat. Een nadere overweging omtrent het bewijs en de kwalifikatie van het onder 1 bewezenverklaarde als overtreding van
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4206b2a39f58da8309ad5f1ee1a457e6ffd38cd49beaf8b5a0c793cacffc86f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4206b2a39f58da8309ad5f1ee1a457e6ffd38cd49beaf8b5a0c793cacffc86f7, en de alinea staat in dat document op bytes 19097 tot 19944.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4206b2a39f58da8309ad5f1ee1a457e6ffd38cd49beaf8b5a0c793cacffc86f7 | shasum -a 256