Citaat | Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 24 Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD3600.

3.4. Aan de klacht ligt ten grondslag de opvatting dat geen sprake is van het tegen vergoeding houden van verblijf met overnachten in de zin van artikel 2 van de Verordening indien de verschuldigdheid van de vergoeding (of de hoogte daarvan) niet afhankelijk is van (de duur van) het daadwerkelijk houden van verblijf met overnachten. Die opvatting is evenwel onjuist. Uitgaande van zijn in cassatie niet bestreden oordeel dat alle leden van belanghebbende door het betalen van contributie op voorhand mede een vergoeding betalen voor de mogelijkheid tot overnachten op een terrein van belanghebbende, heeft het Hof mitsdien terecht geoordeeld dat met betrekking tot de overnachtingen van haar leden op haar terrein te Hengelo (Gld.) het belastbare feit als bedoeld in artikel 2 van de Verordening zich heeft voorgedaan. De klacht faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a2c737dee2fbf39a21e6d14c9832cc29dd3fd4f43883f8892c4cb0075075de6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a2c737dee2fbf39a21e6d14c9832cc29dd3fd4f43883f8892c4cb0075075de6, en de alinea staat in dat document op bytes 8158 tot 9017.