Citaat | Hoge Raad 15 februari 2002

Alinea 36 Hoge Raad 15 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4004.

3.3.2 Bij de beoordeling van het onderdeel dat de vraag aan de orde stelt of gerechtvaardigde grond voor twijfel aan de objectieve onpartijdigheid van mr. De Lannoy bestaat, geldt als uitgangspunt dat de enkele omstandigheid dat een rechter al eerder bemoeienis heeft gehad met een zaak, onvoldoende is om, objectief gezien, de vrees voor partijdigheid te rechtvaardigen. Bijkomende omstandigheden op grond waarvan deze vrees kan worden aangenomen, zijn in dit geval niet gesteld. De aard van de beslissing in de onderhavige zaak en de vragen die daarin aan de orde werden gesteld, verschillen, anders dan het onderdeel betoogt, zodanig van de beslissingen in de strafzaken dat reeds daarom vrees voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd kan worden geacht. In het bijzonder behoefde het Hof in dit geding geen eigen oordeel te geven over de aard en de verwijtbaarheid van de betrokkenheid van [verzoeker] bij het Beta-project. De hierop betrekking hebbende klachten falen derhalve. De klacht dat het strafrechtelijk vonnis van 31 december 1996 geen deel uitmaakte van de gedingstukken faalt bij gebrek aan belang op de grond die is vermeld in de nadere conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4. De overige klachten falen omdat zij uitgaan van motiveringseisen die aan een beslissing als de onderhavige niet kunnen worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfe3fddc6a3cb657a343898f9ee098e6aabdf931b58d9daeea541738f21ca7e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfe3fddc6a3cb657a343898f9ee098e6aabdf931b58d9daeea541738f21ca7e1, en de alinea staat in dat document op bytes 10959 tot 12312.