Citaat | Hoge Raad 15 februari 2002

Alinea 40 Hoge Raad 15 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4004.

3.6 Onderdeel III keert zich tegen de begroting van de proceskosten aan de zijde van [verweerder]. Het onderdeel heeft met name betrekking op de bepaling van het salaris van diens gemachtigde op een bedrag van Afl. 34.800,-- Voor zover het onderdeel deze vaststelling bestrijdt met een rechtsklacht, faalt het. De begroting van deze kosten aan de hand van het in het onderdeel bedoelde Liquidatietarief, dat als niet-bindende richtlijn geen recht is in de zin van art. 99 (oud) RO, is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. Voor zover het onderdeel klaagt dat deze vaststelling berust op een misslag en daarom onbegrijpelijk is, treft het doel. Uit de in dit geding vaststaande feiten en de gegevens die in het onderdeel zijn vermeld, valt geen andere conclusie te trekken dan dat het Hof het salaris heeft begroot op basis van een vordering tot betaling van een geldsom van Afl. 2,2 miljoen of meer, terwijl het in dit, naar zijn aard summiere, geding gaat om een beslagverlof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfe3fddc6a3cb657a343898f9ee098e6aabdf931b58d9daeea541738f21ca7e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfe3fddc6a3cb657a343898f9ee098e6aabdf931b58d9daeea541738f21ca7e1, en de alinea staat in dat document op bytes 14550 tot 15560.