Citaat | Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 21 Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4402.

7.2. De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie het oordeel of bepaalde geschriften object van de (afgeleide) bevoegdheid tot verschoning uitmaken in beginsel toekomt aan de advocaat als de tot verschoning bevoegde persoon. Wanneer deze zich op het standpunt stelt dat kennisneming van die geschriften zou leiden tot schending van het beroepsgeheim, dient dit standpunt door de organen van politie en justitie in beginsel te worden geëerbiedigd, tenzij redelijkerwijze geen twijfel erover kan bestaan dat dit standpunt onjuist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dfc12454cdd61127faa7c172d71b2693a72fd959f31fd47e59e8689d56f81cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dfc12454cdd61127faa7c172d71b2693a72fd959f31fd47e59e8689d56f81cc, en de alinea staat in dat document op bytes 7856 tot 8417.