Citaat | Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 22 Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4402.

7.3. Die uitzondering doet zich hier niet voor. De aard en complexiteit van een aangelegenheid die aan een advocaat wordt toevertrouwd kunnen meebrengen dat hij het voor een behoorlijke vervulling van zijn taak als raadsman noodzakelijk oordeelt een deskundige in te schakelen. In verband met de uitvoering van de door de advocaat gegeven opdracht moet de deskundige kennis kunnen nemen van bepaalde gegevens en stukken ten aanzien waarvan de plicht tot geheimhouding voor de advocaat geldt. Vast staat dat die deskundige ten aanzien van de geschriften waarvan de plicht tot geheimhouding voor de advocaat geldt, een van die advocaat afgeleid verschoningsrecht toekomt. Dat afgeleide verschoningsrecht zou illusoir zijn wanneer het zich niet zou uitstrekken tot de adviezen die de deskundige aan de advocaat op basis van de hem door de advocaat verstrekte vertrouwelijke gegevens heeft uitgebracht. Gelet op de aard van de door de advocaat [betrokkene B] aan de registeraccountants verstrekte opdracht is er in dit bijzondere geval gegronde reden om te vrezen dat het accountantsrapport gegevens aan het licht zou brengen ten aanzien waarvan de advocaat zich op zijn verschoningsrecht kan beroepen. Onder die omstandigheden acht de rechtbank niet kennelijk onjuist dat [betrokkene B] zich op het standpunt stelt dat het rapport in kwestie onder zijn afgeleid verschoningsrecht valt."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dfc12454cdd61127faa7c172d71b2693a72fd959f31fd47e59e8689d56f81cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dfc12454cdd61127faa7c172d71b2693a72fd959f31fd47e59e8689d56f81cc, en de alinea staat in dat document op bytes 8425 tot 9821.