Citaat | Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 28 Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4402.

Het oordeel omtrent de vraag of zodanige stukken object van het afgeleide verschoningsrecht uitmaken komt ook dan, zoals de Rechtbank terecht heeft overwogen, in beginsel toe aan de advocaat van wie het verschoningsrecht is afgeleid. Het afgeleide verschoningsrecht als hier bedoeld, zal met betrekking tot zodanige stukken kunnen worden ingeroepen zowel indien en voorzover zij zich bij de deskundige bevinden in verband met de vervulling van een door hem aanvaarde opdracht, welke hem is verleend door de advocaat in het kader van de behandeling van een bepaalde door een cliënt aan deze toevertrouwde aangelegenheid, alsook indien zij zich bij de cliënt van de advocaat bevinden (vgl. HR 19 november 1985, NJ 1986, 533, rov. 5.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dfc12454cdd61127faa7c172d71b2693a72fd959f31fd47e59e8689d56f81cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dfc12454cdd61127faa7c172d71b2693a72fd959f31fd47e59e8689d56f81cc, en de alinea staat in dat document op bytes 13036 tot 13784.