Citaat | Hoge Raad 11 januari 2002
Alinea 42 Hoge Raad 11 januari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4922.
3.3.1 Nadat het Hof in rov. 4.4 had vooropgesteld dat partijen het erover eens zijn dat door plaatsing van het hiervoor in 3.1 onder (iv) vermelde actiebord het zicht vanaf het Nieuw Erf naar rechts, dat door bomen en borden al beperkt was, verder wordt beperkt, komt hetgeen het Hof met betrekking tot het verloop van het zicht vanaf het Nieuw Erf naar de Beltweg heeft vastgesteld, naar blijkt uit zijn in cassatie niet bestreden rov. 4.5, op het volgende neer. Degene die op het Nieuw Erf naar de hiervoor in 3.1 onder (i) bedoelde kruising toerijdt, heeft in eerste instantie goed zicht op de bomen en de borden die rechts van de kruising in de berm van de Beltweg staan, op het verloop van de Beltweg en op het verkeer dat zich op die weg bevindt. Ook het actiebord is daarbij goed zichtbaar. Dat zicht wordt bij nadering van de kruising sterk beperkt, vooral door de bomen en in mindere mate door de borden en kort voor de kruising aanzienlijk beperkt en wel voornamelijk door de bomen. Zeer kort voor de kruising is de beperking van het zicht weer geringer en op de kruising is er geen sprake meer van beperking van het zicht. Het actiebord is op de meeste plaatsen nauwelijks van invloed geweest op dit zicht en de beperking van dit zicht van 2 à 300 meter naar 100 meter als gevolg van de plaatsing van dit bord betreft dus uitsluitend de positie zeer kort voor de kruising. Hierop aansluitend heeft het Hof in rov. 4.6 overwogen dat niet iedere verdere beperking van het zicht zonder daarvoor te waarschuwen ook kan worden bestempeld als het in gevaar brengen van personen en zaken en dat in het onderhavige geval evenvermelde verdere beperking van het zicht zich alleen voordoet vanuit één bepaalde positie terwijl ook dan nog het resterende zicht voldoende is om op de Beltweg rijdend verkeer waar te nemen en dat kort daarop de beperkingen zich in het geheel niet meer voordoen. Onder deze omstandigheden kan, aldus het Hof vervolgens in diezelfde rechtsoverweging, niet worden gezegd dat de Gemeente door plaatsing van het bord onrechtmatig heeft gehandeld noch dat de weg dientengevolge niet voldeed aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden en daardoor gevaar opleverde voor personen of zaken. Met dit laatste oordeel, waarbij het Hof kennelijk ervan is uitgegaan dat de plaatselijke omstandigheden de weggebruikers die vanaf het Nieuw Erf de voorrangskruising naderen, nopen tot bijzondere voorzichtigheid en oplettendheid, heeft het Hof niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard kan het in cassatie verder niet op juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk, noch, in het licht van het debat van partijen in de feitelijke instanties, onvoldoende gemotiveerd. Hierop stuiten de onderdelen 1 - 4 van middel I, die zich met rechts- en motiveringsklachten keren tegen laatstvermeld oordeel, grotendeels af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59cb8ce3865876aa11c1001d764e194bf9ae33192157bb5b2ec3699e38d5ff11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59cb8ce3865876aa11c1001d764e194bf9ae33192157bb5b2ec3699e38d5ff11, en de alinea staat in dat document op bytes 10513 tot 13435.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/59cb8ce3865876aa11c1001d764e194bf9ae33192157bb5b2ec3699e38d5ff11 | shasum -a 256