Citaat | Hoge Raad 11 januari 2002

Alinea 45 Hoge Raad 11 januari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4922.

Onderdeel 3 klaagt onder meer over onbegrijpelijkheid van het in 3.3.1 weergegeven oordeel van het Hof in zijn rov. 4.6, nu General Accident ten processe heeft gesteld dat de positie van waaruit het zicht door het bord wordt belemmerd, de gebruikelijke positie is waar een automobilist die de kruising nadert vanaf het Nieuw Erf, tot stilstand zal komen. Nu in de cassatiedagvaarding een vermelding van de vindplaats(en) van deze stelling in de stukken van het geding in feitelijke instanties ontbreekt en zonder deze vermelding voor de Hoge Raad en de wederpartij onvoldoende duidelijk is waar deze stelling is aangevoerd, voldoet de klacht niet aan de daaraan op grond van art. 407 lid 2 Rv. te stellen eisen en is zij daarom tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59cb8ce3865876aa11c1001d764e194bf9ae33192157bb5b2ec3699e38d5ff11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59cb8ce3865876aa11c1001d764e194bf9ae33192157bb5b2ec3699e38d5ff11, en de alinea staat in dat document op bytes 14602 tot 15366.