Citaat | Hoge Raad 11 januari 2002

Alinea 62 Hoge Raad 11 januari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4925.

3.3 Aan haar vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst heeft [eiseres] een aantal verwijten ten grondslag gelegd. Dienaangaande heeft de Rechtbank in de eerste plaats overwogen dat het tekortschieten van [verweerder] in zijn verplichting de huur tijdig te voldoen de gevorderde ontbinding van de overeenkomst niet rechtvaardigt (rov. 5.5). Met betrekking tot de overige door [eiseres] voor de ontbinding aangevoerde gronden heeft de Rechtbank overwogen dat gesteld noch gebleken is dat [verweerder] deugdelijk in gebreke is gesteld of op andere wijze in verzuim is geraakt. Deze gronden kunnen dus niet tot ontbinding van de huurovereenkomst leiden (rov. 5.6). De Rechtbank heeft in rov. 5.3 van haar vonnis de hier bedoelde gronden als volgt samengevat:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380, en de alinea staat in dat document op bytes 12245 tot 13019.