Citaat | Hoge Raad 11 januari 2002
Alinea 68 Hoge Raad 11 januari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4925.
3.4 De Rechtbank heeft bij haar beoordeling van de vordering tot ontbinding, in cassatie terecht niet bestreden, tot uitgangspunt genomen dat de vraag of deze vordering kan worden toegewezen, moet worden beoordeeld aan de hand van art. 6:265 BW. Zij heeft evenwel vervolgens, kennelijk op grond van haar oordeel dat nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, geoordeeld dat de hiervoor vermelde gronden niet tot ontbinding kunnen leiden nu geen sprake is van verzuim. Aldus overwegende heeft de Rechtbank blijk gegeven van een onjuiste opvatting met betrekking tot de vraag wanneer nakoming onmogelijk is. Het gaat hier om een huurovereenkomst, die voor beide partijen voortdurende verplichtingen inhoudt. Indien een partij is tekortgeschoten in de nakoming van een dergelijke verplichting, kan deze weliswaar in de toekomst alsnog worden nagekomen, maar daarmee wordt de tekortkoming in het verleden niet ongedaan gemaakt en wat deze tekortkoming betreft is nakoming dan ook niet meer mogelijk. Hetzelfde geldt met betrekking tot het tekortschieten in de nakoming van verplichtingen om niet te doen. Dit een en ander brengt mee dat ontbinding mogelijk is ook zonder dat sprake is van verzuim.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380, en de alinea staat in dat document op bytes 13805 tot 15020.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380 | shasum -a 256