Citaat | Hoge Raad 11 januari 2002
Alinea 74 Hoge Raad 11 januari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4925.
3.7 Met het oordeel in rov. 5.10, 5.12 en 5.16 van haar vonnis dat het [verweerder] vrij staat zijn woonadres niet aan [eiseres] mede te delen, heeft de Rechtbank hetzij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting hetzij dit oordeel onvoldoende gemotiveerd. Mede gelet op art. 6:2 lid 1 BW valt niet in te zien welke omstandigheden - waaromtrent de Rechtbank niets heeft vastgesteld - tot de slotsom zouden kunnen leiden dat een huurder als [verweerder] zijn woonadres, dat hij ingevolge art. 11 in verbinding met art. 1, onder d, Handelsregisterbesluit 1996 door inschrijving in het handelsregister 1996 openbaar moet maken, jegens zijn verhuurder geheim zou mogen houden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380, en de alinea staat in dat document op bytes 17279 tot 17968.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380 | shasum -a 256