Citaat | Hoge Raad 11 januari 2002
Alinea 77 Hoge Raad 11 januari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4925.
3.9 De onderdelen 6.1 en 6.2 richten zich klaarblijkelijk tegen rov. 5.15, tweede alinea, van het bestreden vonnis, waar de Rechtbank heeft geoordeeld dat de onheuse gedragingen die [eiseres] aan [verweerder] verwijt, van onvoldoende gewicht en overigens onvoldoende concreet zijn om het gevorderde verbod met dwangsom te rechtvaardigen. Aldus overwegende heeft de Rechtbank niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Haar oordeel, dat in hoofdzaak berust op een uitleg van de stellingen van [eiseres], is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. De onderdelen falen derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380, en de alinea staat in dat document op bytes 18234 tot 18849.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380 | shasum -a 256