Citaat | Hoge Raad 11 januari 2002
Alinea 78 Hoge Raad 11 januari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4925.
Onderdeel 6.3, dat uitgaat van de veronderstelling dat [eiseres] volgens de Rechtbank bij het gevorderde verbod geen belang zou hebben, mist feitelijke grondslag en kan derhalve niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380, en de alinea staat in dat document op bytes 18857 tot 19075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be5c7aec902ecbc8adb1cbfa582d838a6f5e9e02ec2ee58a84c549cb171e5380 | shasum -a 256