Citaat | Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 41 Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4939.

3.5 Om vertraging in de verdere behandeling van dat verzoek te voorkomen zal de Hoge Raad de zaak niet aanhouden teneinde, na de (voormalige) curator te hebben gehoord, tot vaststelling van de faillissementskosten en van het salaris van de curator te geraken (art. 15 lid 3 F.), doch deze vaststelling overlaten aan het Hof te 's-Gravenhage, waarnaar de zaak zal worden verwezen. Dit Hof zal als de verwijzing van de zaak niet tot faillietverklaring van [verzoekster] leidt, de desbetreffende bedragen ten laste van [verweerder] dienen te brengen en, indien faillietverklaring wèl volgt, dienen te bepalen dat de vorderingen ter zake van deze bedragen als boedelvorderingen in het alsdan uitgesproken faillissement kunnen worden geldend gemaakt (HR 11 juni 1982, nr. 6052, NJ 1983, 11).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82edfd3a189cde8171ca15b5c4b835aa6039a452b118159bca23f000f410e576. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82edfd3a189cde8171ca15b5c4b835aa6039a452b118159bca23f000f410e576, en de alinea staat in dat document op bytes 11498 tot 12298.