Citaat | Hoge Raad 12 februari 2002
Alinea 30 Hoge Raad 12 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5201.
3.3.2. In een afsluitende bewijsoverweging heeft het Hof als zijn - niet onbegrijpelijke - oordeel tot uitdrukking gebracht dat het bewuste telefoongesprek van de verdachte met zijn vader ertoe diende om een door de verdachte af te leggen - leugenachtige - verklaring omtrent het feit ter zake waarvan hij zich ten tijde van dat telefoongesprek in bewaring bevond, te kunnen afstemmen op een reeds door zijn vader afgelegde verklaring.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fce930a503cc31c7a679cec7d8c502f2965ce24d51335c7528c152ae62d8cfe5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fce930a503cc31c7a679cec7d8c502f2965ce24d51335c7528c152ae62d8cfe5, en de alinea staat in dat document op bytes 8789 tot 9242.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fce930a503cc31c7a679cec7d8c502f2965ce24d51335c7528c152ae62d8cfe5 | shasum -a 256