Citaat | Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 31 Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5201.

3.4. In aanmerking genomen dat de verdachte ten tijde van het telefoongesprek de desbetreffende politiefunctionaris tegenover zich gezeten wist en derhalve moet hebben beseft dat deze het door hem gesprokene rechtstreeks kon horen, levert het in het middel gewraakte meeluisteren door die arrestantenbewaker niet op een inbreuk op het in art. 8, eerste lid, EVRM gegarandeerde recht van de verdachte op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. Van degene die onder de geschetste omstandigheden een telefoongesprek voert, kan immers niet worden gezegd dat hij voor wat betreft hetgeen hij uitspreekt, objectief gezien een redelijke verwachting heeft omtrent de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het Hof heeft het verweer dus terecht verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fce930a503cc31c7a679cec7d8c502f2965ce24d51335c7528c152ae62d8cfe5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fce930a503cc31c7a679cec7d8c502f2965ce24d51335c7528c152ae62d8cfe5, en de alinea staat in dat document op bytes 9262 tot 10035.