Citaat | Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 60 Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5235.

5.8. Dat behoeft echter niet tot cassatie te leiden in verband met het navolgende. Bewezen is verklaard dat beide vrouwen illegaal in Nederland verbleven. Die omstandigheid en de omstandigheid dat de verdachte en zijn mededader(s) daarop tenminste voorwaardelijk opzet hadden, kunnen uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid. Uit hetgeen hiervoor onder 5.4 en 5.5 is overwogen volgt dat in een zodanig geval een afhankelijke positie, door de wetgever als een uitbuitingssituatie aangemerkt, mag worden verondersteld en dat niet van belang is of het juist die situatie is geweest die de poging van de verdachte en zijn mededader(s) om de betrokkene tot prostitutie te brengen succesvol heeft doen zijn en of dezen zich daarvan bewust zijn geweest. Evenmin is van belang dat wellicht ook andere, hun niet bekende, factoren aan die afhankelijkheid van de betrokkenen hebben bijgedragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faa0b9722fcd357770df75346d8eb0b1ee0c0d7975848a525d8c88f9a57630c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faa0b9722fcd357770df75346d8eb0b1ee0c0d7975848a525d8c88f9a57630c4, en de alinea staat in dat document op bytes 19293 tot 20197.