Citaat | Hoge Raad 18 juni 2002
Alinea 39 Hoge Raad 18 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 18 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5297.
De rechtbank is van oordeel dat het bezwaarschrift gegrond dient te worden verklaard. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Uitgangspunt in het Nederlandse strafprocesrecht is dat de verdachte kan kennisnemen van alle processtukken in de tegen hem aanhangig zijnde strafzaak. In artikel 30, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering wordt daarop een uitzondering gemaakt en wel in dier voege dat verdachte de kennisname van bepaalde processtukken kan worden onthouden. In de onderhavige zaak stelt de rechtbank vast dat de verdachte - met uitzondering van de vordering tot gerechtelijk vooronderzoek, de nadere vordering tot gerechtelijk vooronderzoek en de processen-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming - geen kennis heeft kunnen nemen van de processtukken. De rechtbank is uit de voorhanden zijnde processtukken niet gebleken dat en hoe het strafrechtelijk onderzoek tegen verdachte ernstig dreigt te worden gefrustreerd indien de verdachte zou kennisnemen van deze stukken. De stelling dat de verdachte in het kader van de gekozen onderzoeksstrategie en het verhoorplan nog niet met deze stukken is geconfronteerd, doet daaraan niet af. Dit onderzoeksbelang kan immers niet opwegen tegen het fundamentele belang van de verdachte om kennis te nemen van de stukken en zeker van (de) stukken waarop de verdenking is gebaseerd."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c2dcbe93cdd9a8cc3b4a103c76dce6593844a465d3948d9be4aff6e7a9d1fcf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c2dcbe93cdd9a8cc3b4a103c76dce6593844a465d3948d9be4aff6e7a9d1fcf, en de alinea staat in dat document op bytes 13284 tot 14643.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0c2dcbe93cdd9a8cc3b4a103c76dce6593844a465d3948d9be4aff6e7a9d1fcf | shasum -a 256