Citaat | Hoge Raad 18 juni 2002
Alinea 48 Hoge Raad 18 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 18 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5297.
De rechtbank verwerpt deze stelling van de raadsman. De rechtbank overweegt daartoe dat, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad d.d. 30 november 1999 (JOL 1999, 270), doorzoeking ter inbeslagneming bij een advocaat zonder diens toestemming kan plaatsvinden wanneer zij is gericht op brieven en geschriften die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend, nu dergelijke brieven en geschriften geen object zijn van de aan de advocaat toekomende bevoegdheid tot verschoning. Mutatis mutandis geldt dit eveneens voor andere voorwerpen zoals videobanden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c2dcbe93cdd9a8cc3b4a103c76dce6593844a465d3948d9be4aff6e7a9d1fcf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c2dcbe93cdd9a8cc3b4a103c76dce6593844a465d3948d9be4aff6e7a9d1fcf, en de alinea staat in dat document op bytes 17369 tot 17980.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0c2dcbe93cdd9a8cc3b4a103c76dce6593844a465d3948d9be4aff6e7a9d1fcf | shasum -a 256