Citaat | Hoge Raad 18 juni 2002

Alinea 53 Hoge Raad 18 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5297.

De rechtbank verwerpt dit verweer van de raadsman alleen al vanwege het hiervoren vermelde oordeel dat een doorzoeking ter inbeslagneming bij een advocaat zonder diens toestemming reeds kan plaatsvinden wanneer zij is gericht op brieven en geschriften die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend, nu dergelijke brieven en geschriften geen object zijn van de aan de advocaat toekomende bevoegdheid tot verschoning. Daardoor wordt aan de vraag naar de aanwezigheid van als zeer uitzonderlijk te kwalificeren omstandigheden niet meer toegekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c2dcbe93cdd9a8cc3b4a103c76dce6593844a465d3948d9be4aff6e7a9d1fcf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c2dcbe93cdd9a8cc3b4a103c76dce6593844a465d3948d9be4aff6e7a9d1fcf, en de alinea staat in dat document op bytes 19657 tot 20254.