Citaat | Hoge Raad 18 juni 2002
Alinea 63 Hoge Raad 18 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 18 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5297.
5.4.1. Art. 98, tweede lid, Sv, welke bepaling ingevolge art. 113 (oud), tweede lid, Sv en het huidige art. 110, derde lid, Sv ook van toepassing is in geval van huiszoeking onderscheidenlijk doorzoeking ter inbeslagneming door de rechter-commissaris, moet aldus worden verstaan dat huiszoeking/doorzoeking ter inbeslagneming bij een advocaat, ook zonder diens toestemming, mag plaatsvinden wanneer zij is gericht op brieven en geschriften die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend, nu dergelijke brieven en geschriften geen object zijn van de aan de advocaat toekomende bevoegdheid tot verschoning.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c2dcbe93cdd9a8cc3b4a103c76dce6593844a465d3948d9be4aff6e7a9d1fcf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c2dcbe93cdd9a8cc3b4a103c76dce6593844a465d3948d9be4aff6e7a9d1fcf, en de alinea staat in dat document op bytes 24666 tot 25322.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0c2dcbe93cdd9a8cc3b4a103c76dce6593844a465d3948d9be4aff6e7a9d1fcf | shasum -a 256