Citaat | Hoge Raad 27 september 2002

Alinea 34 Hoge Raad 27 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 27 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5341.

3.3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat een redelijke verdeling van de bewijslast meebrengt dat belanghebbende tegenover de betwisting door de Directeur de door haar gestelde vermindering van de heffingsgrondslag op de voet van onderdeel 4.6 van het Convenant aannemelijk maakt. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het leidingenwerk en de riolering tot de door belanghebbende gestelde percentages geen deel uitmaken van een bedrijfseenheid in de zin van onderdeel 4.3 van het Convenant.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81c75dba5fbbfaf0a0c4d2c38327b51b689ebb4127d4ea8e90f9b83158d5ea28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81c75dba5fbbfaf0a0c4d2c38327b51b689ebb4127d4ea8e90f9b83158d5ea28, en de alinea staat in dat document op bytes 13556 tot 14101.