Citaat | Hoge Raad 27 september 2002
Alinea 35 Hoge Raad 27 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 27 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5341.
3.3.3. Met deze oordelen heeft het Hof geen inzicht in zijn gedachtegang gegeven. Indien het Hof bij die oordelen ervan is uitgegaan dat belanghebbende aannemelijk dient te maken dat haar uitleg van onderdeel 4.6 van het Convenant de juiste is en dat, zo zij in dat bewijs niet slaagt, de uitleg van de Directeur als juist moet worden aanvaard, berusten die oordelen op een onjuiste rechtsopvatting. Beide partijen dienen immers de feiten en omstandigheden waarop zij zich voor hun uitleg van het Convenant beroepen, zo nodig aannemelijk te maken, waarna het Hof zelf een oordeel dient te geven over de juiste uitleg. Indien het Hof op dit punt van de juiste rechtsopvatting is uitgegaan, zijn die oordelen evenwel onvoldoende gemotiveerd, aangezien het Hof niet heeft vermeld welke uitleg van onderdeel 4.6 van het Convenant het juist heeft bevonden. De in het middel tegen voormelde oordelen gerichte motiveringsklachten treffen in zoverre doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81c75dba5fbbfaf0a0c4d2c38327b51b689ebb4127d4ea8e90f9b83158d5ea28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81c75dba5fbbfaf0a0c4d2c38327b51b689ebb4127d4ea8e90f9b83158d5ea28, en de alinea staat in dat document op bytes 14121 tot 15081.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/81c75dba5fbbfaf0a0c4d2c38327b51b689ebb4127d4ea8e90f9b83158d5ea28 | shasum -a 256