Citaat | Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 40 Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5355.
3.3 Het Hof heeft daartoe, kort weergegeven en voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen. De eerste grief van [eiser] komt erop neer dat hij ten tijde van de verkoop van het pand slechts juridisch eigenaar was, dat hij geen bemoeienis heeft gehad met de verkoop en levering, geen partij is geweest bij de koopovereenkomst en derhalve ook geen wanprestatie heeft gepleegd. De grief faalt. In eerste aanleg is in de conclusie van antwoord onder 2 door B+R Holding en [eiser] met zoveel woorden erkend dat zij met [verweerder] c.s. de koopovereenkomst hebben gesloten, terwijl vervolgens in alle processtukken van B+R Holding en [eiser] in eerste aanleg het standpunt dat zij beiden als verkopers zijn aan te merken, consequent is volgehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82c8a2ca9690930217da3841608c8785144875b3b51cb7cbb9b8784d97299ecf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82c8a2ca9690930217da3841608c8785144875b3b51cb7cbb9b8784d97299ecf, en de alinea staat in dat document op bytes 11376 tot 12146.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82c8a2ca9690930217da3841608c8785144875b3b51cb7cbb9b8784d97299ecf | shasum -a 256