Citaat | Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 44 Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5355.
Voormelde door [eiser] in zijn memorie van grieven aangevoerde stellingen laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat zijn advocaat in eerste aanleg niet een vergissing heeft gemaakt, maar dat hij in de conclusie van antwoord een bewust onjuiste verklaring heeft opgenomen. Van een gerechtelijke erkentenis onder invloed van dwaling als bedoeld in art. 181 lid 2 is evenwel slechts sprake wanneer men door een misverstand tot een erkentenis is gekomen die men anders niet gedaan zou hebben. Herroeping van bewust onjuiste verklaringen blijft derhalve uitgesloten (vgl. Parl. Gesch. Nieuw bewijsrecht, blz. 117). Of de advocaat deze verklaring, zoals [eiser] stelt, buiten medeweten en tegen de zin van [eiser] heeft afgelegd, doet in dit verband niet terzake. De onderdelen kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82c8a2ca9690930217da3841608c8785144875b3b51cb7cbb9b8784d97299ecf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82c8a2ca9690930217da3841608c8785144875b3b51cb7cbb9b8784d97299ecf, en de alinea staat in dat document op bytes 14579 tot 15408.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82c8a2ca9690930217da3841608c8785144875b3b51cb7cbb9b8784d97299ecf | shasum -a 256