Citaat | Hoge Raad 22 februari 2002
Alinea 56 Hoge Raad 22 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5356.
4.3 Indien iemand door overtreding van een veiligheids- of verkeersnorm een ernstig ongeval veroorzaakt, handelt hij in een geval als hier bedoeld niet alleen onrechtmatig jegens degene die dientengevolge is gedood of gekwetst, maar ook jegens degene bij wie door het waarnemen van het ongeval of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan, een hevige emotionele schok wordt teweeggebracht, waaruit geestelijk letsel voortvloeit, hetgeen zich met name zal kunnen voordoen indien iemand tot wie de aldus getroffene in een nauwe affectieve relatie staat, bij het ongeval is gedood of gewond. De daardoor ontstane immateriële schade komt op grond van het bepaalde in art. 6:106 lid 1, aanhef en onder b, BW voor vergoeding in aanmerking. Daarvoor is dan wel vereist dat het bestaan van geestelijk letsel, waardoor iemand in zijn persoon is aangetast, in rechte kan worden vastgesteld, hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5593f0e8846cb47f7ac54d230a15ac65140960e4a98848c6799284b9cdece4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5593f0e8846cb47f7ac54d230a15ac65140960e4a98848c6799284b9cdece4a, en de alinea staat in dat document op bytes 18883 tot 19910.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5593f0e8846cb47f7ac54d230a15ac65140960e4a98848c6799284b9cdece4a | shasum -a 256