Citaat | Hoge Raad 11 januari 2002

Alinea 21 Hoge Raad 11 januari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5360.

Verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - hebben bij exploit van 30 maart 1990 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - en voorts [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6], [betrokkene 7], tezamen met [betrokkene 8], [betrokkene 9], [betrokkene 10], [betrokkene 11], [betrokkene 12], [betrokkene 13], [betrokkene 14], [betrokkene 15] en [betrokkene 16] gedagvaard voor de Rechtbank te Middelburg en op basis van een ter griffie van de Rechtbank gedeponeerd proces-verbaal van zwarigheden d.d. 27 april 1989 gevorderd de omvang en waarde met inbegrip van rente te bepalen van de nalatenschap van de op 31 augustus 1964 te [plaats B] overleden [betrokkene 17], en met inachtneming van de door [verweerder] c.s. gestelde bezwaren een redelijke en billijke wijze van verdelen vast te stellen, met bepaling dat de akte van boedelscheiding zal worden opgemaakt met inachtneming van het in dezen te wijzen vonnis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0b5fe6f8765857818edb1d4e8a82aee8f88d8c8249238478bca627a6978541b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0b5fe6f8765857818edb1d4e8a82aee8f88d8c8249238478bca627a6978541b, en de alinea staat in dat document op bytes 5425 tot 6427.