Citaat | Hoge Raad 11 januari 2002
Alinea 54 Hoge Raad 11 januari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5360.
b. dat er in de onderhavige scheiding en deling (van) moet worden uitgegaan dat [betrokkene 2], [betrokkene 8], [betrokkene 3], [betrokkene 4], [verweerster 3], [verweerster 2], [betrokkene 9], [betrokkene 1], [betrokkene 18], [verweerder 1] en [betrokkene 19] ieder éénmaal ƒ 10.000,-- (en wel als schenking) hebben ontvangen, waarbij door [betrokkene 2], [betrokkene 3], [verweerster 2], [betrokkene 9], [betrokkene 18], [betrokkene 1] en [verweerster 3] ƒ 5.000,-- van dit bedrag is ingebracht bij de scheiding en deling van de boedel van vader, zodat zij thans nog ƒ 5.000,-- dienen in te brengen, terwijl de overige genoemde personen thans ƒ 10.000,-- dienen in te brengen (tussenvonnis d.d. 27 januari 1993, paragraaf 2.4a);
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0b5fe6f8765857818edb1d4e8a82aee8f88d8c8249238478bca627a6978541b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0b5fe6f8765857818edb1d4e8a82aee8f88d8c8249238478bca627a6978541b, en de alinea staat in dat document op bytes 11379 tot 12128.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a0b5fe6f8765857818edb1d4e8a82aee8f88d8c8249238478bca627a6978541b | shasum -a 256