Citaat | Hoge Raad 26 februari 2002
Alinea 20 Hoge Raad 26 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5368.
De tekst van het derde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft betrekking op andere strafbare feiten die ook tot wederrechtelijk voordeel hebben geleid. Uit zowel de huidige redactie van genoemd artikellid als uit de antwoorden van de Minister van Justitie op vragen vanuit de Eerste Kamer (Handelingen EK van 8 december 1992, p. 9-531) moet worden afgeleid dat voor de toepassing van het derde lid van artikel 36e is vereist dat het grondfeit waarvoor cliënt is veroordeeld en dat als kapstok voor onderhavige ontneming fungeert, voordeel heeft gegenereerd. Duidelijk is dat met betrekking tot het grondfeit (het vervoer en aanwezig hebben van cocaïne) geen voordeel is verkregen. Nu aan genoemd wetsvereiste niet is voldaan dient de vordering van het Openbaar Ministerie te worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5327aa93800e267794f2750e2de6fcd80f93dc55aa2d67702b2127e29f55d34a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5327aa93800e267794f2750e2de6fcd80f93dc55aa2d67702b2127e29f55d34a, en de alinea staat in dat document op bytes 7180 tot 8005.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5327aa93800e267794f2750e2de6fcd80f93dc55aa2d67702b2127e29f55d34a | shasum -a 256