Citaat | Hoge Raad 26 februari 2002

Alinea 22 Hoge Raad 26 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5368.

3.3. In deze overwegingen heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat voor het opleggen van een betalingsverplichting zoals bedoeld in art. 36e, derde lid, Sr niet is vereist dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft genoten door middel van of uit de baten van het strafbare feit waarvoor hij in de strafzaak is veroordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5327aa93800e267794f2750e2de6fcd80f93dc55aa2d67702b2127e29f55d34a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5327aa93800e267794f2750e2de6fcd80f93dc55aa2d67702b2127e29f55d34a, en de alinea staat in dat document op bytes 8832 tot 9175.