Citaat | Hoge Raad 26 februari 2002

Alinea 24 Hoge Raad 26 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5368.

3.5. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ook indien de betrokkene geen voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het strafbare feit waarvoor hij is veroordeeld, doch aannemelijk is dat andere strafbare feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat hij wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, hem de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van dat voordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5327aa93800e267794f2750e2de6fcd80f93dc55aa2d67702b2127e29f55d34a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5327aa93800e267794f2750e2de6fcd80f93dc55aa2d67702b2127e29f55d34a, en de alinea staat in dat document op bytes 9809 tot 10265.