Citaat | Hoge Raad 26 februari 2002

Alinea 25 Hoge Raad 26 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5368.

3.6. Deze uitleg sluit aan bij art. 36e, eerste en tweede lid, Sr. Deze bepalingen houden in dat aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van het voordeel dat is verkregen door middel van of uit de baten van (a) het feit waarvoor hij is veroordeeld dan wel (b) soortgelijke feiten dan wel (c) feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan. Dit brengt mee dat in de onder (b) en (c) bedoelde gevallen niet is vereist dat er een verband bestaat tussen het wederrechtelijk verkregen voordeel en het strafbare feit waarvoor de

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5327aa93800e267794f2750e2de6fcd80f93dc55aa2d67702b2127e29f55d34a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5327aa93800e267794f2750e2de6fcd80f93dc55aa2d67702b2127e29f55d34a, en de alinea staat in dat document op bytes 10304 tot 11051.