Citaat | Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 30 Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5371.

4.6. Beginselen van een behoorlijke procesorde brengen mee dat in een geval als het onderhavige, waarin ten aanzien van de opgave als bedoeld in art. 51b, eerste lid, Sv niet is voldaan aan het door art. 51e, tweede lid, Sv gestelde vereiste van een bijzondere schriftelijke volmacht, de benadeelde partij niet op die grond niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, dan nadat haar door het openbaar ministerie dan wel door de rechter de gelegenheid is geboden dat verzuim te herstellen en die gelegenheid niet is benut. Daarom zal de Hoge Raad, na de uit de gegrondheid van het middel voortvloeiende vernietiging van het bestreden arrest, de zaak terugwijzen, mede opdat de benadeelde partij die gelegenheid alsnog kan worden geboden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9ddaa26d54401aad69cd9c23208821dff2066d7cd3d7773cf3b5eb2038ec65d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9ddaa26d54401aad69cd9c23208821dff2066d7cd3d7773cf3b5eb2038ec65d, en de alinea staat in dat document op bytes 10185 tot 10943.