Citaat | Hoge Raad 8 januari 2002

Alinea 24 Hoge Raad 8 januari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5594.

3.4. De vraag dient te worden beantwoord of, gelet op de hiervoor onder 3.2 weergegeven gang van zaken, kan worden aangenomen dat een aanbod tot het verrichten van onbetaalde arbeid is gedaan met instemming van de verdachte, zodat dit aanbod kan worden aangemerkt als een aanbod van de verdachte zelf en een eventuele oplegging van die straf zou geschieden met instemming van de verdachte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc6bf2d780c51f3b37f4acbf34d3a709f30cf40e7cb404a094c3f65e88f39701. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc6bf2d780c51f3b37f4acbf34d3a709f30cf40e7cb404a094c3f65e88f39701, en de alinea staat in dat document op bytes 9391 tot 9794.