Citaat | Hoge Raad 8 januari 2002
Alinea 30 Hoge Raad 8 januari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5594.
Blijkens het door de vragenstellers aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 18 april 1995, NJ 1996, nr 73 is daarvoor thans niet toereikend dat de raadsman van de bereidheid van diens cliënt melding maakt, doch dat daarnaast van een schriftelijk aanbod van de verdachte zelf sprake moet zijn. Nu in het onderhavige wetsvoorstel evenwel een duidelijk formeel kader is geschapen voor de raadsman die de verdediging van zijn cliënt voert en daarvoor tevoren overleg heeft gepleegd, meen ik dat dit ook betekent dat namens cliënt een geldig aanbod tot het ondergaan van een taakstraf kan worden gedaan."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc6bf2d780c51f3b37f4acbf34d3a709f30cf40e7cb404a094c3f65e88f39701. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc6bf2d780c51f3b37f4acbf34d3a709f30cf40e7cb404a094c3f65e88f39701, en de alinea staat in dat document op bytes 11419 tot 12035.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc6bf2d780c51f3b37f4acbf34d3a709f30cf40e7cb404a094c3f65e88f39701 | shasum -a 256