Citaat | Hoge Raad 8 januari 2002

Alinea 32 Hoge Raad 8 januari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5594.

3.6. Gelet op het vorenoverwogene moet worden aangenomen dat de raadsman die heeft verklaard uitdrukkelijk tot de verdediging gemachtigd te zijn, niet alleen alle aan de verdachte in dat kader bij de wet toegekende rechten en bevoegdheden kan uitoefenen, maar ook namens de verdachte een aanbod tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte kan doen. Een zodanig aanbod moet dan worden aangemerkt als een aanbod van de verdachte zelf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc6bf2d780c51f3b37f4acbf34d3a709f30cf40e7cb404a094c3f65e88f39701. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc6bf2d780c51f3b37f4acbf34d3a709f30cf40e7cb404a094c3f65e88f39701, en de alinea staat in dat document op bytes 12150 tot 12613.