Citaat | Hoge Raad 8 januari 2002
Alinea 33 Hoge Raad 8 januari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5594.
3.7. Het voorgaande brengt mee dat, nu een aanbod tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte was gedaan, het Hof ingevolge art. 359, achtste lid (oud) in verbinding met art. 415 Sv een beslissing dienaangaande had behoren te geven en de redenen voor een afwijzing van het aanbod had moeten opgeven. Het bestreden arrest houdt dienaangaande evenwel niets in, zodat het in zoverre onvoldoende is gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc6bf2d780c51f3b37f4acbf34d3a709f30cf40e7cb404a094c3f65e88f39701. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc6bf2d780c51f3b37f4acbf34d3a709f30cf40e7cb404a094c3f65e88f39701, en de alinea staat in dat document op bytes 12633 tot 13070.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc6bf2d780c51f3b37f4acbf34d3a709f30cf40e7cb404a094c3f65e88f39701 | shasum -a 256