Citaat | Hoge Raad 8 januari 2002
Alinea 38 Hoge Raad 8 januari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 8 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5594.
4.3. De omstandigheid dat mr. Snorn aldus gemachtigd was brengt echter niet mee dat hij als vertegenwoordiger van de verdachte optrad in die zin dat deze verklaringen hadden te gelden als verklaringen van de verdachte, zoals dat bij voorbeeld wel het geval is indien art. 398 onder 2° Sv of art. 48, eerste lid WED in verbinding met laatstgenoemde bepaling van toepassing is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc6bf2d780c51f3b37f4acbf34d3a709f30cf40e7cb404a094c3f65e88f39701. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc6bf2d780c51f3b37f4acbf34d3a709f30cf40e7cb404a094c3f65e88f39701, en de alinea staat in dat document op bytes 13792 tot 14181.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc6bf2d780c51f3b37f4acbf34d3a709f30cf40e7cb404a094c3f65e88f39701 | shasum -a 256