Citaat | Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 28 Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5801.

3.5. In het onderdeel Premiereserve, letter A, punt 2, van het Convenant is bepaald dat bij omrekening van de premiereserve naar zwaardere grondslagen (Niederstwertprinzip) de intrestvoet moet worden vastgesteld op de op 1/4% naar beneden afgeronde en met 1/4% verlaagde gemiddelde gekweekte intrest op de gehele beleggingsportefeuille. De kennelijke strekking van deze bepaling is, bij een herrekening van de premiereserve naar zwaardere grondslagen rekening te houden met de in feite door de verzekeringsmaatschappij gerealiseerde intrest, waaruit kan worden afgeleid welk intrestrendement de verzekeringsmaatschappij naar verwachting in de toekomst zal realiseren. Gelet op deze strekking moet worden aangenomen dat het Convenant op dit punt het oog heeft op de beleggingsportefeuille waarvan het rendement ook feitelijk aan de verzekeraar ten goede komt. Alleen het rendement van deze beleggingen zal in de toekomst beschikbaar zijn voor de oprenting van de premiereserve. Bij de berekening van de intrest bedoeld in letter A, punt 2, van het Convenant, zal derhalve geen rekening moeten worden gehouden met beleggingen waarvan zowel de waardemutaties als het rendement feitelijk niet ten goede komen aan de verzekeringsmaatschappij. Die situatie doet zich kennelijk bij belanghebbende voor, voorzover het betreft haar zogenoemde unit-linked producten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2afcad8ce38a4a6ac108013e503c2deb634d846c68864b1bb3cf0462210eaa6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2afcad8ce38a4a6ac108013e503c2deb634d846c68864b1bb3cf0462210eaa6, en de alinea staat in dat document op bytes 11934 tot 13303.