Citaat | Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 64 Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5809.

3.3 In hoger beroep - waar de Ontvanger zich primair op het standpunt stelde, dat FGH c.s. rekening hadden moeten houden met de mogelijkheid dat de koper van de aandelen van de geldzakvennootschappen de liquide middelen van die vennootschappen zou verduisteren, zodat die geldzakvennootschappen hun materiële en latente belastingschulden niet zouden voldoen (en evenmin vervangende bedrijfsmiddelen zouden aanschaffen), en met het oog daarop maatregelen hadden moeten treffen, en subsidiair, dat FGH c.s. hebben geweten, althans behoorden te weten, dat Marialaan de geldzakvennootschappen zou "leeghalen", althans er niet voor zou zorgen dat zij hun belastingschulden zouden voldoen dan wel vervangende bedrijfsmiddelen zouden aanschaffen - heeft het Hof de incidentele grieven van FGH c.s., voorzover deze neerkwamen op een herhaling van het hiervoor in 3.2. vermelde verweer, gegrond bevonden en de vorderingen van de Ontvanger afgewezen. Daartoe heeft het Hof - samengevat - het volgende overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a68a8a7747f0da8e90eab9a801b57db8d6500a52e738f16de61e716d3a98769. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a68a8a7747f0da8e90eab9a801b57db8d6500a52e738f16de61e716d3a98769, en de alinea staat in dat document op bytes 17915 tot 18930.