Citaat | Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 45 Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5814.
"Met de rechtbank is het hof van oordeel dat [eiser] deze vraag onjuist heeft beantwoord. De stelling van [eiser] dat met onderdeel 8. van het vragenformulier slechts naar strafrechtelijke veroordelingen wordt gevraagd is niet alleen naar de letter van de tekst onjuist; ook overigens had [eiser] de vraag - redelijkerwijze - niet aldus kunnen en mogen verstaan. Het hof neemt daarbij onder meer in aanmerking hetgeen vaststaat omtrent de fase waarin de strafvervolging tegen [eiser] was ten tijde van het invullen van het vragenformulier op 12 oktober 1995, de aard en de ernst van de feiten waarvoor een vervolging tegen [eiser] was ingesteld te weten verduistering en bedrieglijke bankbreuk, alsook de omstandigheid dat hij werd bijgestaan door een assurantie-tussenpersoon bij het invullen van het vragenformulier."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9a62fbb0a9d665dc300301ffb1b808ed2b81172ae74797dc9e71b6c036a14c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9a62fbb0a9d665dc300301ffb1b808ed2b81172ae74797dc9e71b6c036a14c6, en de alinea staat in dat document op bytes 9744 tot 10576.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9a62fbb0a9d665dc300301ffb1b808ed2b81172ae74797dc9e71b6c036a14c6 | shasum -a 256