Citaat | Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 46 Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5814.
3.4 De onderdelen 1-3 bevatten geen klacht. De onderdelen 4-7 richten zich tegen rov. 4.2. Zij bevatten de klacht dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat [eiser] vraag 8 van het aanvraagformulier voor de verzekering over het strafrechtelijk verleden onjuist heeft beantwoord, nu [eiser] vóór de ondertekening van het aanvraagformulier op 12 oktober 1995 wel contacten met justitie heeft gehad maar de dagvaarding in de strafzaak pas in februari 1996 aan hem is betekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9a62fbb0a9d665dc300301ffb1b808ed2b81172ae74797dc9e71b6c036a14c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9a62fbb0a9d665dc300301ffb1b808ed2b81172ae74797dc9e71b6c036a14c6, en de alinea staat in dat document op bytes 10633 tot 11125.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9a62fbb0a9d665dc300301ffb1b808ed2b81172ae74797dc9e71b6c036a14c6 | shasum -a 256